Stilte, het nieuwe spreken

9 februari 2020 0 Door Harmen Strikwerda

Barsanuphios van Gaza (+540):
“ik wil niet dat je leeft onder de wet; ik wil dat je leeft onder de genade”

 

W. wil nog wat kauwen op mijn uitspraak in mijn vorige blog: ‘Want als er echt goddelijke inspiratie over de Kerk zou hangen, dan zouden we toch allemaal op dezelfde manier geloven?” En dat dan samen beschouwen over een goed glas wijn. Graag! Een goed glas wijn en een goed geloofsgesprek gaan uitstekend samen. We doen dat bij voorkeur als het terrasweer is. Met een zonnetje dus.

Ik wil het nog wel iets nader nuanceren, die stelling. Of beter, benadrukken:
‘Als God zijn goddelijke inspiratie werkelijk over de Kerk, én dus ook over de schrift,  zou hebben uitgestort, dan zouden wij allen automatisch ook goddelijke geïnspireerd zijn. Dan zou er geen enkel misverstand zijn over hoe te geloven en hoe de kerk georganiseerd zou zijn en hoe we de bijbel en de vaders moeten verstaan’. [1]
We zouden ons denk ik niet eens een voorstelling kunnen maken van hoe het instituut kerk er dan uit zou zien.

Ik benadruk deze ‘stelling’ omdat ik sinds kort de blogs van Bert Loonstra lees. Hij schrijft de afgelopen weken regelmatig over de uitspraken van de synode van de Christelijke gereformeerde kerk (CGK). En zoals het een rechtgeaarde protestant betaamt, gaan zijn blogs (in ieder geval wat betreft dit onderwerp) vooral over de kerkelijke ‘wetgeving’ in de CGK, over de dreiging om gemeentes die de lijn van de landelijke kerk niet volgen uit te stoten, over veranderende rollen voor predikanten en andere ambtsdragers (ik denk om daarmee de weg vrij te maken voor vrouwen in het ambt). Deze blogs gaan dus over ‘kerkrecht’, op hoe de organisatie is ingericht en op tegenstrijdigheden tussen de voorstellen (van de synode) en die ‘wetten en regels’, voorzien van bijbelverwijzingen met het ‘bewijs’. In het ND stond vorige week een foto van de mannenbroeders die aan lange tafels in een kerk zitten te vergaderen, met op het liturgische centrum van de kerk nog een lange tafel met het bestuur. Ik stel ik me daarbij een vergadering voor waarin alleen maar gesproken wordt over die wetten en regels, over dissidenten en straffen. En dat alles gelardeerd met de ene bijbeltekst na de andere. En eindeloze discussies over de interpretaties van die teksten. Rekkelijken en preciezen tegenover elkaar.

Maar stel dat ze zouden zwijgen. Dat tijdens zo’n synodevergadering niet gesproken zou worden, alleen maar gebeden. Dat iedereen zijn eigen binnenkamer binnen gaat en op zoek gaat naar persoonlijke, goddelijke inspiratie. Niet meer beïnvloed door de buurman, of door de hardste schreeuwer, maar alleen door wat er in hem plaatsvindt. Stilte dus. De Engelsen hebben daar een prachtig woord voor: stillness. Je kunt stillness in veel andere synoniemen benoemen maar geen dekt de lading van wat er in het Engels echt mee bedoeld wordt. Metropoliet Kallistos (Ware) zegt het zo: ‘De stilte van het hart, de innerlijke stilte’. Het woord stillness komt ook vaak terug in de Engelse uitleg en vertaling van de Philokalia, de verzameling hesychastische teksten van de vierde tot de vijftiende eeuw die het Jezusgebed als basis hebben. Het gebed van het hart.

Als je het boek ‘de weg van de pelgrim’ kent, dan lees je over een pelgrim (wij zouden hem in onze tijd beschouwen als een zwerver zonder vaste woon- of verblijfplaats) die zijn weg gaat, langs kloosters in Rusland. Met alleen een Bijbel en de Philokalia in zijn knapzak. Zo nu en dan een baantje met eenvoudig onderkomen en een dagelijkse homp brood. En die dat alles doet met op zijn lippen het Jezusgebed: “Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij”. Een man die door dit continu te bidden (‘bid zonder ophouden’) tot verlichting komt. Hij oordeelt niet, hij veroordeelt niet, hij straalt liefde en compassie uit naar zijn hele omgeving.

Terug naar de synode. Stel dus dat de mannenbroeders stil zouden zijn, dat ze zich alleen maar bezig houden met gebed en contemplatie, met het binnengaan in hun hart. En, om met Eckhart te spreken, hun hart en ziel en verstand compleet leeg zouden maken van iedere gedachte over God, zodat dán God in hun kan werken. Wat zou die synode dan tot geestelijke rijkdom komen, en wat zouden er dan goede en liefdevolle besluiten worden genomen[2].

Ik eindig deze blog met een citaat uit Merkstenen van Dag Hammerskjöld:

                     Begrijpen – door stilte
                     Handelen – uit stilte
                     Overwinnen – in stilte
Soll das Auge die Farbe gewahren so muss es selber zuvor aller Farben entkleidet sein[3]

 

[1] Met Kerk bedoel ik dan niet het instituut kerk, maar Kerk als in het Lichaam van Christus.
[2] Dit is natuurlijk niet voorbehouden aan alleen de synode van de CGK. Dit geldt voor alle kerkvergaderingen, voor alle kerken.
[3] Uit een predikatie van Meister Eckhart: ‘wil het oog kleur onderscheiden, dan moet het zelf aan geen enkele kleur deelhebben.