Joris Vercammen – Nederlands Dagblad 10 januari 2020

15 januari 2020 0 Door Harmen Strikwerda

 

Joris Vercammen: Open voor het volle leven

Vriendelijk, behulpzaam, betrokken, persoonlijk, zo staat de oudkatholieke aartsbisschop van Utrecht, Joris Vercammen, bekend. Hij is een van de twee bisschoppen van dit kleine kerkgenootschap, dat in het kerkelijke landschap toch een voorname plaats bekleedt – een scharnier tussen katholieken en protestanten.

Wim Houtman, 10 januari 2020, 16:38 aangepast 22:09

Aartsbisschop Joris Vercammen: ‘Je kunt jouw waarheid vastleggen, tot en met de juiste kleding. Maar dat is toch geen leven?’(beeld Ron Beenen)

Vandaag doet hij een stap terug, drie jaar voor hij zeventig wordt – de ‘pensioengerechtigde’ leeftijd voor bisschoppen – en een maand later wordt zijn opvolger (m/v) gekozen. Vercammen is een Vlaming van rooms-katholieke afkomst. Hij was pastoor in Rotterdam en Eindhoven en rector van de priesteropleiding. In 2000 werd hij aartsbisschop van Utrecht.

Vercammen treedt niet vervroegd af vanwege de misbruikzaken die in zijn kerk aan het licht zijn gekomen, zegt hij. ‘Ik had vorig jaar al kunnen gaan, toen ik de aow-leeftijd bereikte. Ik ben aangebleven om maatregelen te nemen.’

Verwijt u zichzelf iets in de misbruikaffaire?
‘Ik heb iemand een tweede kans gegeven op basis van onvolledige informatie. Dat zou ik nu anders aanpakken.’ Dat betreft pastoor Nico S., die in 2001 bij hem kwam om priester te worden. ‘Hij vertelde me wel dat er jaren geleden iets was voorgevallen, in een context buiten de kerk.’ Toch liet Vercammen hem toe tot het ambt. ‘Gebrek aan ervaring’, verklaart hij. ‘Ik was net een jaar bisschop. Hij vertelde niet het volledige verhaal en ik heb het niet gecheckt.’
S werd in 2018 in Cambodja veroordeeld voor misbruik van jongens. Hij is nu geschorst; bij de kerkelijke rechtbank loopt een procedure om hem uit het ambt te zetten.

Toen u uw vertrek bekendmaakte, zei u dat u meer tijd wilt besteden aan ‘het spirituele en het pastorale’. Hoe gaat u dat invullen?
‘Priester ben je voor het leven; ik blijf voorgaan in vieringen. Ik zal graag retraites begeleiden. En ik hoop onderzoek te kunnen doen op het gebied van spiritualiteit, wie weet nog eens wat te publiceren. Spiritualiteit is de praktische manier waarop je gestalte geeft aan je christen zijn. De oudkatholieke traditie heeft een aantal bouwstenen die de kerk vandaag nodig heeft. Wij geloven vanuit de menswording. God is onze werkelijkheid binnengekomen en daar is de Geest aan het werk. Daarom staan we open voor de wereld en voor de menselijke ervaring. Wij geloven in verbondenheid: van God met ons, van ons met elkaar, van de kerk met de wereld. En geloven is voor ons meedoen met God. We hoeven het niet zelf uit te vinden.

Zo wisten we, toen we in 1996 de ambten openstelden voor vrouwen, dat daar een probleem lag in de vriendschap met andere kerken. Toch vonden we dat we dat, na lang bidden en studeren, moesten doen. In het belang van de verkondiging van het evangelie.’

U zei ook: in onze kerk staat de rol van de bisschop onder druk. Waar ziet u dat?
‘Ik ben erg voor democratische structuren en efficiency. Maar het gevaar is dat de bisschop alleen de uitvoerder van het meerderheidsbeleid is. Geef je hem of haar ook nog ruimte om geestelijk leider te zijn? Soms is er – met een groot woord – profetisch optreden nodig. Bijvoorbeeld: hoever ga je in de oecumene? Onze kerkelijke regels stellen daaraan grenzen, maar is dat altijd constructief? De bisschop moet soms kunnen zeggen: het is niet precies volgens de regels, maar we gaan het toch doen.’

In uw periode is de Oud-Katholieke Kerk gekrompen, van een kleine 6000 naar goed 4500 leden. Hoe verklaart u dat?
‘Er zijn parochies die groeien, maar in parochies waar we vanouds een volkskerk zijn, neemt het af. Maar ook de kleintjes kunnen hun deuren openzetten en naar buiten treden. In Rotterdam staat de oud-katholieke kerk aan de rand van de binnenstad. Dat heeft een bedoeling, denk ik. Die staat daar niet om de deuren dicht te houden. Dus is besloten: we stellen de kerk doordeweeks open en we kijken wie er binnenkomt. Een andere kerk heeft een mooie tuin, die in de zomer open is als theetuin en er worden boeken verkocht. Zo zet je jezelf op de kaart. En misschien komen mensen dan ook op zondag eens kijken.’

De oecumene heeft altijd uw hart en uw inzet gehad. Hoeveel muziek zit daarin nu?
‘Kardinaal Kasper (de vorige Vaticaanse ‘minister voor Oecumene’, red.) heeft gezegd: de oecumene is slachtoffer van haar eigen succes. Er is de afgelopen vijftig jaar veel toenadering geweest en nu stuiten we op de confessionele grenzen. Dat is pijnlijk. Maar ik geloof in de ontmoeting. Ik ben ervoor dat kerkleiders elkaar buiten vergaderzalen ontmoeten, van mens tot mens en van christen tot christen. In het verborgene is daar wat aan het groeien.Dat er nu twee aartsbisschoppen van Utrecht zijn, dat mág niet. Maar over honderd jaar is dat in orde. Dan is er één aartsbisschop, als symbool van de eenheid van alle christenen. Misschien is het wel iemand van protestantsen huize.’

Dus u ziet perspectief op echte eenheid?
‘Er is geen ander perspectief! De verdeeldheid is zo’n probleem voor het getuigenis van de kerk. Als je ergens moet kunnen zien dat je het met elkaar kunt uithouden, ook al ben je heel verschillend, dan in de kerk. Waar moeten mensen anders de wereldvrede leren?

Ik ben onder de indruk van de inzet van evangelische kerken en de pinksterbeweging voor de oecumene. Daar zijn mensen echt over hun schaduw gesprongen. Dat is niet min.’

De Rooms-Katholieke Kerk doet dat minder?
‘Dat ligt genuanceerd. Het hangt met mensen samen. Sommigen doen echt van harte mee.

Angst speelt een rol. Je gaat een proces in waarin ook jouw waarheid misschien weleens relatief kan blijken te zijn. Maar wat is waarheid? Pilatus vroeg het al. Christenen zeggen: het leven van Jezus is de waarheid. Het gaat om het juiste handelen, niet om de juiste leer.’

Voor protestanten is de waarheid eerder iets wat je onderschrijft: weet wat je gelooft.
‘Dan weet je niet wat je mist. Het is onze pastorale opdracht, om mensen te verleiden het volle leven in te stappen, en niet een kunstmatig leven in stand houden. Je kunt vastleggen hoe de waarheid er volgens jou uitziet, tot en met de juiste kleding aan toe. Daar moet iedereen dan afblijven en dan voel ik mij gerust. Het is een dam die is opgeworpen tegen mijn bestaansangst. Maar dat is toch geen leven?’

Kunt u tot slot iets zeggen over uw persoonlijke geloof? Over wie Christus voor u is?
‘De Verrezene is degene die mij naar buiten roept. Dat zie je in het verhaal van Lazarus. Er komt een halve dode uit het graf en andere mensen moeten zijn windsels losmaken. Zo zijn we samen aan het geloven; zo ont-wikkelen we elkaar, gedreven door de Heer. Dat vraagt om vertrouwen. Het is niet makkelijk; dit is het avontuur van het geloof. Leef maar  houd je niet bezig met zaken die niet de moeite waard zijn, maar met de echte dingen van het leven. Dan ga je God ontmoeten, die de Bron van alles is.’